IMG_0002.jpg
       
     
Robin en Mira
       
     
2016_Hanne_vanderWoude_Robin and Mira_Robin (180 x 180 cm).jpg
       
     
2016_Hanne_vanderWoude_Robin and Mira_Mira with Bird (180 x 180 cm).jpg
       
     
IMG.jpg
       
     
2016_Hanne_vanderWoude_Robin and Mira_Mira (145 x 180 cm).jpg
       
     
IMG_0003.jpg
       
     
Bert
       
     
IMG_0002.jpg
       
     
Robin en Mira
       
     
Robin en Mira

‘Wat als een voor een de sterren aan de hemel langzaam verdwijnen en er alleen nog maar zwart overblijft.’ – Robin

Hanne van der Woude is een van de deelnemende kunstenaars van de Biënnale Gelderland. Ze werd voor deze tentoonstelling gekoppeld aan de Arnhemse Robin en zijn zus Mira. Na vele ontmoetingen en gesprekken heeft ze uiteindelijk portretten van hen gemaakt die nu te zien zijn in Koffiehuis De Oude Doelen te Arnhem

De Poolse oma van Robin werd in 1918 geboren in het toen nog onbekende stadje Auschwitz. Als in 1939 de oorlog uitbreekt wordt ze als jonge vrouw gedwongen om voor de Duitsers te werken. Robins opa is Nederlands en nadat zijn ouders worden betrapt op het verbergen van onderduikers wordt hij met zijn oudere broer gedeporteerd naar Auschwitz, waar hij bloemenperkjes aan moet leggen aan de randen van het kamp. De pas aangelegde tuinen vormden volgens de SS’ers het sieraad van het concentratiekamp. Daar, in de wreedste jaren van de twintigste eeuw, leert hij Robins oma kennen. Na de oorlog komen ze beiden via het Rode Kruis in Nederland terecht en in 1948 wordt Robins moeder geboren. In haar tienerjaren wordt zij tijdens een vakantie in Polen al eens opgenomen in een psychiatrische inrichting. Op 23-jarige leeftijd raakt ze zwanger van Mira. Eigenlijk wilde ze de baby laten adopteren, maar toen Mira er eenmaal was besloot ze haar toch te houden. Acht jaar later krijgt Mira een broertje: Robin. 

In oktober 2013 meldt Robin zich ziek op zijn werk. Een paar dagen eerder heeft zijn vriendin hun relatie verbroken en sindsdien slaapt hij niet meer. ‘Ik kon alleen maar aan haar denken en hunkeren naar iets wat ik niet meer kon krijgen.’ Robin kan zijn gedachten niet meer stopzetten en zich nergens meer op concentreren. ‘De dagen werden steeds langer en minuten leken uren te duren. Ik belandde in een diep zwart gat waarin ik dagenlang alleen maar naar het plafond kon staren.’ Robin meldt zich bij de huisartsenpost waar hij wordt doorverwezen naar de open afdeling van de PAAZ: de psychiatrische afdeling van ziekenhuis Rijnstate te Arnhem. Bij zijn eerste bezoek gaan daar direct de alarmbellen rinkelen. Robin is bekend bij de PAAZ, als klein kind kwam hij er al voor zijn moeder met haar ernstige persoonlijkheidsstoornis, voor zijn manisch depressieve vader en later voor zijn zus Mira.

Van het ziekenhuis krijgt Robin diverse medicijnen voorgeschreven en de dienstdoende arts adviseert een opname op de open afdeling van de PAAZ. Robin wil dit niet, hij is er al te vaak geweest voor zijn ouders. Robin heeft jarenlang weinig contact gehad met zijn zus. Door hun complexe geschiedenis en schrijnende thuissituatie ontwikkelden ze beiden een eigen overlevingsstrategie en raakten ze van elkaar vervreemd. Robin kon wegvluchten en ging vaak vissen met vriendjes om zo min mogelijk thuis te zijn. Maar Mira werd nadat haar vader was vertrokken belast met de zorg voor haar moeder en broertje. De afstand tussen broer en zus verdwijnt zodra zij Robin liefdevol opvangt als het bergafwaarts met hem gaat. Zes weken ligt Robin bij Mira en haar vriend op de bank. Zijn suïcidale gedachten worden steeds groter totdat het echt niet meer gaat en Robin ‘niet langer in zijn kop gekweld wil worden’.

Robin wordt opgenomen op de gesloten afdeling van de PAAZ en blijft daar vier weken. Dagelijks wordt hij bezocht door zijn zus en vrienden en na zes weken kan hij weer naar huis. Eenmaal thuis wordt hij overvallen door paniekaanvallen, maar de tijd leert hem die te beheersen. Een half jaar na zijn opname begint Robin weer met werken en na twee jaar werkt hij weer volledig.

Inmiddels probeert Robin ook anderen te helpen op de PAAZ door met ze te praten over zijn ervaringen. Mira heeft onlangs de opleiding Creatieve Handvaardigheid afgerond en wil zich nu ontwikkelen als beeldend kunstenaar. Ook zij hoopt in de toekomst mensen te kunnen steunen die dezelfde soort problemen hebben waarmee zij bekend is door haar kunst. 

Gedurende de gesprekken met Robin en Mira werd het voor Hanne van der Woude duidelijk dat veel mensen niet naar het verhaal achter de mens kijken; er wordt snel geoordeeld. Robin wilde niet herkenbaar worden gefotografeerd omdat dit problemen kan opleveren voor zijn carrière. Van der Woude begrijpt zijn keuze, maar vindt het treurig dat we in een wereld leven waar je hier rekening mee moet houden en waarin je je kwetsbare kanten moeilijk kan laten zien. Het lijkt alsof je niet meer ‘zwak’ mag zijn. Een relatief begrip, want hoe kun je eigenlijk sterker zijn dan wanneer je je weet te redden in het leven na zo’n heftig verleden?

Lieneke Hulshof, Mister Motley

2016_Hanne_vanderWoude_Robin and Mira_Robin (180 x 180 cm).jpg
       
     
2016_Hanne_vanderWoude_Robin and Mira_Mira with Bird (180 x 180 cm).jpg
       
     
IMG.jpg
       
     
2016_Hanne_vanderWoude_Robin and Mira_Mira (145 x 180 cm).jpg
       
     
IMG_0003.jpg
       
     
Bert
       
     
Bert